| |
| Vragen |
 |
Hardware - Installatie Intermec (Windows 2000/XP/2003) |
 |
| |
|
|
Start het bestand ‘Intermec_6.9.exe’ en loop de volgende stappen door. U kunt deze driver downloaden via onze website onder het kopje 'Support' en dan 'Downloads'. (Let op: gebruik alleen deze Seagulldriver, andere versies kunnen verschillende problemen veroorzaken)
Kies voor ‘I accept the therms in the license agreement’ en kies ‘Volgende’.
- Kies bij de installatiemap voor ‘C:\Seagull’ en kies ‘Volgende’.
- Zorg er in het volgende scherm voor dat alleen ‘Run add printer wizard after unpacking drivers’ aangevinkt staat en kies ‘Voltooien’.
De Wizard printer toevoegen opent nu vanzelf, loop hier de volgende stappen door:
-
Start de installatie door op ‘Volgende’ te drukken. Kies dan voor ‘Lokale printer’ als de printer op deze pc aangesloten is, of kies voor ‘Netwerk printer’ als de printer op een andere pc in het netwerk aangesloten is en kies voor ‘Volgende’. Kies dan voor de poort waar de printer op aangesloten is. Dit is meestal de printerpoort (LPT1), eventueel heeft deze printer ook de mogelijkheid om aan te sluiten via USB. Kies daarna weer voor ‘Volgende’.
- In het volgende scherm moet de fabrikant gekozen worden, kies hier voor ‘Bladeren’ en typ in ‘C:\Seagull’ (hier staan de installatiebestanden). Druk hierna op ‘OK’.
- Selecteer in het volgende scherm het model van de Intermecprinter die u gebruikt, dit is de Easycoder PC4 203 DPI. Kies daarna weer voor ‘Volgende’.
- Kies in het volgende scherm bij ‘Wilt u deze printer als standaardprinter gebruiken?’ voor ‘NEE’. Druk daarna op ‘Volgende’.
- In het volgende scherm kunt u ervoor kiezen om de printer te delen: doe dit alleen als de printer (via het netwerk) ook vanaf andere pc’s moet gaan werken. Ga weer verder door op ‘Volgende’te drukken.
- Kies in het volgende scherm bij ‘Wilt u een testpagina afdrukken?’ voor ‘Nee’ en druk op ‘Volgende’. Druk dan op ‘Voltooien’ om de installatie te beëindigen.
De printer is nu geïnstalleerd, maar om deze goed werkend te krijgen moeten er nog een aantal instellingen in het stuurprogramma aangepast worden. Neem hiervoor de volgende stappen door:
-
Ga naar ‘Start’-> ‘Printers en Faxapparaten’. Klik met de rechtermuisknop op de printer die u zojuist geïnstalleerd hebt en kies voor ‘Eigenschappen’. Open het tabblad ‘Poorten’ en zorg ervoor dat ‘Ondersteuning in twee richtingen inschakelen’ uitgevinkt staat. Klik daarna op ‘Toepassen’.
-
Ga naar het tabblad ‘Algemeen’ en druk op de knop ‘Voorkeursinstellingen’. Open in het volgende venster het tabblad ‘Opties’, zet de donkerte op 13 en zet de afdruksnelheid op ’76,2 mm/sec’. Klik daarna op ‘Toepassen’.
-
Open daarna het tabblad ‘Afhandeling’ en zet de ‘afdrukmethode’ op ‘Thermische overdracht’, vuil bij de ‘Hoogte tussenruimte’ 3,0 mm in. Zorg er ook voor dat de ‘Toevoermodus’ op ‘Afscheuren’ staat.
-
Open dan het tabblad ‘Pagina-instelling’ en zet de afdrukstand op ‘Staand’ (We gaan hierbij uit van etiketten met het lipje aan de linkerkant).
-
Druk nu op hetzelfde tabblad op de knop ‘Nieuw…’ en het volgende venster verschijnt:
Neem bovenstaande gegevens over en klik op OK.
|
|